






historiek
Woe, 30/05/2007 - 17:13
1. De aanzet Het begon allemaal met de vereniging Jeune Peinture Belge. Een groep schilders en beeldhouwers trad tussen 1945 en 1948 samen naar buiten. Onder de leden treffen we onder anderen Gaston Bertrand, Anne Bonnet, Jan Cox, Marc Mendelson, Rik Slabbinck en Louis Van Lint aan. De ere-voorzitter was niemand minder dan James Ensor. De drijvende kracht van de groep heette Robert L. Delevoy, kunsthistoricus, galeriehouder van de toonaangevende galerie Apollo en later directeur van de Hogere School voor Architectuur en Beeldende Kunsten 'Ter Kameren'. De advocaat René Lust nam het voorzitterschap waar. Hij koesterde de ambitie om een groep jonge Belgische kunstenaars te ondersteunen en tentoonstellingen in het buitenland op het getouw te zetten. Lust slaagde in het opzet. De Jeune Peinture Belge stelde tentoon in Parijs, Den Haag, Amsterdam, Zürich, Bordeaux, Brussel en Oxford. 2. De Stichting Na de dood van René Lust, op 5 juni 1948, verbrokkelde de vereniging. Maar de wil om jonge kunst te promoten bleef overeind. In 1950 richtte een groep verzamelaars, kunstcritici en kunstliefhebbers ter nagedachtenis van René Lust de 'Stichting René Lust voor de Jonge Belgische Schilderkunst' op. Het hoofddoel van de stichting? Jaarlijks een prijs uitreiken aan een kunstenaar onder de veertig jaar. Sinds 1996 staat de Stichting onder de hoge bescherming van Z.M. de Koning Albert II. Van 1994 tot 2001 verscheen tijdens het concours telkens een uitgave van het tijdschrift J-Echo. Dit jaar neemt de website - een samenwerking met het Paleis voor Schone Kunsten - de fakkel over. 3. De Prijs in vogelvlucht Door de jaren heen veranderden de statuten en het reglement geregeld. Enkele opvallende wijzigingen:
4. Prijzen In 1950 werd de 'Prijs Jonge Belgische Schilderkunst' voor het eerst uitgereikt. De winnaar kreeg toen 25.000 frank. De prijs ging jaarlijks naar een Belgische schilder, jonger dan 40 jaar. Vanaf 1954 kreeg de prijs er een poos een broertje bij: om de drie jaar reikte de stichting de 'Prijs voor de Jonge Belgische Beeldhouwkunst' uit. Ter nagedachtenis van overleden leden, en dankzij de gulheid van hun erfgenamen, kan de stichting vanaf 1983 twee prijzen uitreiken: de Prijs Emile Langui én vanaf 1985 de Prijs Pierre Crowet. Na de dood van René Magritte riep zijn weduwe Georgette nog een onderscheiding in het leven, de Prijs René Magritte. De prijs werd enkel in 1986 toegekend. In 1999 kwam er de 'Prijs Levis voor de kleur' bij, een stimulans van het bedrijf Levis. 5. Jury 'Ik? Ik vergis me nooit!' riep ooit een jurylid met gespeelde verbazing uit. De soms gekke bokkensprongen van de jury - de vergissingen én ontdekkingen - maken deel uit van de charme van de Prijs. Enkele feiten op een rijtje.
6. J.P.1, J.P.2, J.P.3 Ter gelegenheid van de 25ste verjaardag van de Jeune Peinture zet de stichting in 1975 in het Paleis voor Schone Kunsten een tentoonstelling op het getouw. Onder de noemer J.P.1 brengt de expo een overzicht van de eigentijdse schilderkunst in Europa. Tegelijk brengt de tentoonstelling hulde aan de kunstenaars die deel uitmaakten van de vereniging uit 1945-1948. Ieder lid is vertegenwoordigd met een werk uit die tijd. De vereniging krijgt het gezelschap van nieuwe stromingen: de conceptuele kunst, het hyperrealisme en de nieuwe figuratie. Onder de deelnemers bevinden zich onder anderen Gaston Bertrand, Jo Delahaut, Louis Van Lint, Panamarenko, Christian Dotremont, ... Bedoeling was om voortaan om de twee jaar een overzicht te brengen van de allernieuwste kunst in België, aangevuld met een buitenlandse delegatie. In 1979 viel de keus op Groot-Brittannië. Karel Geirlandt, directeur van de Vereniging voor Tentoonstellingen, was de commissaris van J.P.2. Het selectiecomité bestond uit Flor Bex, Jean Dypreau, Jean-Pierre Van Tieghem en Karel Geirlandt en genoot de medewerking van het British Council. Van de partij waren onder anderen Jacques Charlier, Luc Deleu, Denmark, Filip Francis, Barry Flanagan, David Tremblett, ... In 1981 paste men de formule aan. Het selectiecomité van J.P.3 koos 7 Europese kunstenaars, jonger dan 40. Ze genoten nog geen internationale faam en behoorden evenmin tot één bepaalde stroming. De werken waren voor het eerst in België te zien. Eregast was Laurie Anderson, die voor de gelegenheid de performance US I-IV hield. De drie tentoonstellingen vonden plaats in het Paleis voor Schone Kunsten. Telkens verscheen er een catalogus. |